VKW steunt hervorming, maar niet deze uitwerking
In zijn verkiezingsmemorandum van 2024 pleitte VKW Limburg expliciet voor lagere loonkosten en meer competitiviteit, onder meer door hogere lonen niet langer volledig procentueel te indexeren. Dat uitgangspunt blijft overeind. Maar de concrete invulling die vandaag op tafel ligt, wijkt daar fundamenteel van af.
“Wij zijn voor slimme hervormingen die onze loonkosten competitiever maken,” zegt Ruben Lemmens, gedelegeerd bestuurder van VKW Limburg. “Maar wat vandaag voorligt, is geen duurzame competitiviteitsmaatregel. Het dreigt veeleer een verkapte belastingverhoging op arbeid te worden.”
Tijdelijk voordeel, maar blijvende afdracht
De maatregel voorziet dat lonen boven 4.000 euro bruto niet langer volledig procentueel meestijgen, maar slechts tot aan die grens worden geïndexeerd. Alleen koppelt de regering daar tegelijk een loonmatigingsbijdrage aan: de helft van het loonkostenvoordeel dat werkgevers daardoor zouden realiseren, moet opnieuw aan de overheid worden doorgestort. Ook na de toepassing van de centenindex.
“Het fundamentele probleem is dat een tijdelijke ingreep gekoppeld wordt aan een bijdrage die structureel dreigt te blijven doorwerken,” verduidelijkt Ruben Lemmens. “Zo neutraliseer je niet alleen het beoogde voordeel, maar riskeer je op termijn de loonkosten opnieuw te verhogen.”
Volgens VKW Limburg is dat precies het omgekeerde van wat een echt competitiviteitsbeleid zou moeten doen in een land waar arbeid nu al zwaar belast wordt.
Vestzak-broekzak via de loonnormwet
Daarnaast wijst VKW Limburg op een pervers effect door de loonnormwet. Als de centenindex de Belgische loonstijging tijdelijk afremt tegenover de buurlanden, ontstaat later opnieuw ruimte voor loonopslag boven op de index. Zonder neutralisatie in de loonnormberekening dreigt het beperkte voordeel dus later opnieuw te verdwijnen.
“Dan hou je finaal vooral de extra heffing op arbeid over. Dat is economisch contraproductief en ondermijnt de geloofwaardigheid van het loonkostenbeleid,” aldus Ruben Lemmens van VKW.