wo 01 jul.

POL juli 2026: -6,1 Geen zomermodus voor Limburgs ondernemersvertrouwen

Polsslag Ondernemend Limburg juli 2026:  -6,1

Geen zomermodus voor Limburgs ondernemersvertrouwen

  • Economisch herstel ongelijk verdeeld over de Limburgse sectoren
  • Industrie, bouw en detailhandel blijven in moeilijk vaarwater
  • Bedrijven met 50 tot 249 werknemers trekken aan de economische kar
  • Grootste ondernemingen voorzichtig, kleine bedrijven meest kwetsbaar
  • Investeringsbereidheid daalt verder

Oproep UNIZO en VKW Limburg:

“Bescherm de investeringskracht van ondernemingen. Een gezonde begroting bouw je niet door ondernemerschap af te remmen, maar door economische groei mogelijk te maken.”


Het ondernemersvertrouwen in Limburg in juli verbetert lichtjes ten opzichte van het vorige kwartaal, maar blijft negatief gestemd. Dat blijkt uit de nieuwste Polsslag Ondernemend Limburg (POL), de bevraging waarmee UNIZO en VKW Limburg ieder kwartaal polsen naar het aanvoelen bij de Limburgse ondernemers zelf over de economische gang van zaken van UNIZO en VKW Limburg.

De omzet zet als enige POL-indicator in het voorbije en het komende kwartaal een positieve score neer, de overige indicatoren kabbelen op en af in (licht) negatieve cijfers.

Het algemene POL-cijfer gaat van -8,6 in april naar -6,1 in juli. Het ondernemersvertrouwen verbetert daarmee lichtjes, maar blijft duidelijk negatief. Met uitzondering van de licht positieve POL-score van +1,4 in januari 2026, kent de POL nu al 4 volle jaren - sinds juli 2022 - negatieve cijfers.

Met een score van -6,3 was de beoordeling van het tweede kwartaal van 2026 nagenoeg hetzelfde als die van het eerste kwartaal (-7,0). Het kwartaal scoort daarmee wel licht beter dan de -10,2 die 3 maanden geleden verwacht werd. Voor het derde kwartaal wordt een POL-cijfer van -5,8 verwacht.

Bart Lodewyckx en Ruben Lemmens, gedelegeerd bestuurders UNIZO en VKW Limburg:

“Limburgse ondernemers staan bekend om hun veerkracht, ook in economisch moeilijke tijden. Maar deze cijfers tonen dat steeds meer ondernemingen tegen de grenzen van die veerkracht aanlopen. Wie deze resultaten afdoet als een gewone conjunctuurdip, mist de essentie. De echte vraag is hoeveel rek er nog zit op onze ondernemingen. Want niet iedereen kan die druk nog op dezelfde manier opvangen. Terwijl sommige sectoren en grotere ondernemingen erin slagen om vooruit te blijven gaan, moeten anderen steeds vaker keuzes uitstellen.

Wat vooral opvalt, is de terugvallende investeringsbereidheid. Dat zijn echte wachtstandcijfers. Ondernemers willen wel vooruit, maar velen wachten af omdat de economische context te onzeker blijft en de marges onder druk staan. Dat is begrijpelijk, maar het gevaar daarvan wordt vaak onderschat. Een economie verliest niet alleen kracht wanneer bedrijven verdwijnen, maar ook wanneer ondernemers investeringen uitstellen, minder risico nemen en groeiplannen in de koelkast stoppen.

Deze cijfers moeten een duidelijke boodschap zijn voor de beleidsmakers die de komende maanden moeilijke begrotingskeuzes moeten maken. De begroting moet op orde, daar bestaat geen discussie over. Maar dit is niet het moment voor bijkomende lasten, nieuwe kosten of maatregelen die de concurrentiekracht van onze ondernemingen verder onder druk zetten. Laat ondernemers die juist investeren in onze economie niet de begrotingsput vullen. Een gezonde begroting bouw je niet door ondernemerschap af te remmen, maar wel door economische groei mogelijk te maken. Wie vandaag de investeringskracht van ondernemingen beschermt, legt de basis voor de jobs, innovatie en welvaart van morgen. Geef onze ondernemers daarom vertrouwen en ademruimte, zodat zij kunnen blijven investeren, groeien en economische waarde creëren. Niet alleen voor hun bedrijf, maar voor heel Limburg.

POL-INDICATOREN

De minieme stijging in het voorbije kwartaal van -7,0 naar -6,3 is vooral te danken aan een stijging van de omzet (naar +7,6). De export, tewerkstelling en investeringen kenden in het afgelopen kwartaal een lichte daling. De winstmarge kende ook wel een lichte stijging, maar blijft met -25,4 zwaar doorwegen op het sentiment.

De omzetverwachtingen worden in het komend kwartaal wat getemperd (+5,0), maar tegelijkertijd gaan de export- en tewerkstellingsverwachtingen er wel op vooruit. De investeringsprognose zet een verdere stap terug naar -8,9. De verwachte winstmarges blijven status quo negatief.

VOLGENS SECTOR

Achter het globale POL-cijfer gaat alvast een gedifferentieerd verhaal schuil volgens sector. De dienstensector hield het beste stand in het voorbije kwartaal, gedragen door een positieve evolutie van omzet, export en tewerkstelling – al zet de sector komend kwartaal een stap terug. In de groothandel groeit het vertrouwen opnieuw voorzichtig na een terugval vorig kwartaal, met ondernemers die uitkijken naar een gunstiger tweede jaarhelft.

Aan de andere kant van het spectrum blijven de productiebedrijven, de bouw en vooral de detailhandel onder zware druk staan. De industrie kende een bijzonder moeilijk tweede kwartaal, met terugval op vrijwel alle economische indicatoren. Hoewel de verwachtingen voor de komende maanden iets minder negatief zijn, blijft een echt herstel voorlopig uit. Ook de bouwsector blijft kwetsbaar: na een beperkte verbetering in het voorjaar neemt de onzekerheid opnieuw toe in het derde kwartaal, onder meer door zwakke vooruitzichten voor omzet en export. De bouw is wel de enige sector met een positieve investeringsprognose. De detailhandel blijft het grootste zorgenkind binnen de Limburgse economie. Ondernemers zien zich geconfronteerd met aanhoudende druk op de winstmarges, beperkte investeringsruimte en een terughoudende consument.

VOLGENS BEDRIJFSGROOTTE

Gekeken naar de grootte van bedrijven zien we een kloof tussen de kleine en grotere ondernemingen. Bedrijven tot 50 werknemers blijven kampen met een zwak ondernemersvertrouwen, beperkte investeringsruimte en aanhoudende druk op de rendabiliteit. Hoewel sommige groepen in deze categorie voorzichtige tekenen van herstel vertonen, blijven de economische vooruitzichten voor de bedrijven tot 50 werknemers overwegend negatief.

Daartegenover staan de ondernemingen tussen 50 en 249 werknemers, die aan de economische kar in Limburg trekken. Zij realiseren de sterkste resultaten op het vlak van omzet, tewerkstelling en investeringen en kijken ook het meest optimistisch naar de komende maanden. De grootste ondernemingen blijven dan weer voorzichtig negatief. Ondanks enkele positieve signalen op het vlak van omzet blijft de onzekerheid er groot en is van een duidelijke kentering in het ondernemersvertrouwen voorlopig nog geen sprake.

De bijlagen met grafieken kan je hier downloaden.