wo 30 aug

Onderzoek VKW Limburg en Unizo Limburg: Limburgse bedrijven opereren steeds internationaler

Verre export, export van diensten en exportgerichte e-commerce bieden nog ruim groeipotentieel

  • Bijna 6 op 10 Limburgse bedrijven is internationaal actief
  • Amper 7% van internationaal nog niet actieve bedrijven heeft daartoe plannen
  • 44% van de Limburgse bedrijven exporteert, gemiddeld 46% van hun omzet
  • Een derde van exporteurs slijt (ook) diensten in buitenland
  • 3 op 5 exporteert buiten EU, maar aandeel in export valt terug tot gemiddeld 11%
  • Brexit-trauma enigzins afgeschud, Russische afzetmarkt gedecimeerd
  • Buurlanden als exportbestemming verder crescendo, Noord-Amerika runner-up
  • 1 op 3 importeert uit China
  • 3 van de 5 exporteurs heeft exportmanager in dienst
  • Nagenoeg helft verwacht ook komende 3 jaar pak meer business uit export te halen

Het aantal Limburgse bedrijven dat internationaal actief is, stijgt verder. Vandaag zijn bijna 6 op de 10 Limburgse bedrijven met activiteiten aanwezig in het buitenland. In 2019 noemde nog maar 5 op 10 zich internationaal actief. Bij hen die dat niet zijn worden er wel minder plannen gesmeed: bij amper 7% en dan nog op langere termijn. Voor de komende jaren wordt het optimisme getemperd, toch verwacht nog nagenoeg de helft (49%) van de exporterende bedrijven een duidelijke verdere groei van het exportaandeel in hun zakencijfer. Dat blijkt uit een bevraging van UNIZO Limburg en VKW Limburg over internationaal zakendoen bij ruim 300 Limburgse bedrijven.

44% van alle Limburgse bedrijven geeft aan te exporteren, goed voor gemiddeld iets meer dan 46% van hun omzet. Dat zijn niet altijd fysieke goederen of producten. 1 op 3 exporteert diensten. Het belang van de buurlanden als exportbestemming neemt nog verder toe. 3 op 5 doet het ook buiten de EU en het Verenigd Koninkrijk is hiervoor sinds de Brexit de belangrijkste bestemming geworden (71%). Het Brexit-trauma lijkt daarmee enigezins afgeschud, van de Russische afzetmarkt is daarentegen nagenoeg geen spoor meer. Gemiddeld maakt export buiten de EU iets meer dan 11% uit van de totale export, toch een duidelijke achteruitgang ten opzichte van de peiling in 2019. Door de moeilijkere concurrentiepositie van onze exportbedrijven, blijft hier dus nog veel exportpotentieel onbenut. Azië blijft de belangrijkste verre exportbestemming, maar Noord-Amerika rukt op.

Ook exportgerichte e-commerce biedt nog veel progressiemarge: slechts 1 op 6 exportbedrijven zegt via internet rechtstreeks aan buitenlandse klanten te verkopen en de uitbouw ervan zit slechts bij 1 op 7 van de exportmanagers in het takenpakket. 3 op 5 exportbedrijven heeft zo’n exportmanager in dienst. Limburgse exporteurs blijven als distributiekanaal hoofdzakelijk zweren bij eigen verkopers.

Topkwaliteit blijft hét verkoopsargument bij uitstek voor Limburgse producten in het buitenland, service staat met stip op de tweede plaats. Bijna de helft van de exporteurs van goederen stelt altijd of regelmatig ook services te koppelen aan producten die ze in het buitenland slijten. Toch wordt dit blijkbaar niet altijd als dienstenexport aanzien, want slechts 10% van de Limburgse exporteurs stelt zowel goederen als diensten te exporteren... In totaal is iets meer dan 1 op 3 van exporteur van diensten.

De buurlanden blijven ook de herkomst van import domineren, op de voet gevolgd door andere EU-landen, maar toch haalt meer dan 1 op 3 importeurs goederen of diensten bij leveranciers in China.

Ruben Lemmens, gedelegeerd bestuurder VKW Limburg: “Het is fijn om vast te stellen dat de internationale blik van onze Limburgse bedrijven steeds verder verruimt. Toch blijft er nog veel potentieel onbenut, zeker inzake export naar verre bestemmingen. Maar ook voor de excellente producten van onze dienstenbedrijven liggen er nog veel internationaliseringskansen. Net als in het koppelen van servicemodellen aan meer klassieke goederenexport en exportgerichte e-commerce. Als we onze bedrijven willen blijven doen groeien en bloeien, moeten we hun internationale denkkader verder helpen verruimen en het bestaande arsenaal aan exportondersteuning vanuit de overheid zeker op die vlakken nog versterken. Dat neemt niet weg dat ook maximaal moet ingezet worden op het flexibeler kunnen inspelen van onze bedrijven op internationale vraag. Naast uiteraard het herstellen van de internationale concurrentiekracht, want we merken dat onze bedrijven op dat vlak steeds moeilijker krijgen, o.m. door de kostenproblematiek.”

Download het volledige persbericht hier.