VKW Limburg presenteert vandaag de nieuwste editie van de TOP500 van het Limburgse bedrijfsleven. De werkgeversorganisatie verzamelde daarin al voor de 41ste keer de meest recente bedrijfsresultaten van de 500 grootste ondernemingen in Limburg. Het referentiewerk bevat een schat aan informatie, die dankzij een grondige analyse een zicht geeft van de toestand en gezondheid van de Limburgse economie.
Uit de analyse blijkt dat 2025 een gemengd beeld oplevert. Hoewel sommigen indicatoren tekenen van verbetering of herstel tonen, blijft een groot deel van het Limburgse bedrijfsleven sterk onder druk staan.
Samengevat:
- Omzet: +4,2% tot 53,63 miljard euro, met terug een stijgende mediaanomzet (+0,9%). 16,01 miljoen euro omzet nodig om in de TOP500 te staan (+1,5%).
- Export: +2,58% tot 20,56 miljard euro, maar derde laagterecord op rij voor het exportaandeel (41,37%)
- Tewerkstelling: +3,1% tot 137.605 werknemers voor het geheel van de TOP500, maar slechts +0,48% bij de bedrijven die ook in 2024 in de TOP500 stonden
- Arbeidsproductiviteit: zeer licht herstel (+1%), maar daling in industrie en diensten
- Personeelskost: per omzeteenheid gestegen tot 18,2%, tienjarige piek
- Toegevoegde waarde: +10,2% tot gemiddeld 28,76 miljoen euro per bedrijf
- Winstgevendheid: gemiddelde nettowinst herstelt met +34,9% deels van klap vorig jaar, maar 18,8% verliesbedrijven en recordaandeel bedrijven met negatieve cashflow (10,2%)
- Rendabiliteit: gemiddelde bedrijfsratio’s netto/bruto rendabiliteit en verkoopmarge dalen vierde jaar op rij
Marc Warson, voorzitter VKW Limburg: “Deze TOP500 is meer dan een ranglijst van sterke ondernemingen. Ze is vooral ook een vinger aan de pols van onze Limburgse economie. En die polsslag voelt eerder onrustwekkend dan geruststellend. Ruim meer bedrijven met verlies of zelfs negatieve cashflow, verder dalende rendabiliteit, kachelende arbeidsproductiviteit, laagste exportaandeel, hoogste personeelskost: geen details, maar duidelijke signalen dat onze concurrentiekracht structureel onder druk staat en blijft staan. De Limburgse bedrijven toonden in 2025 opnieuw duidelijk veerkracht, maar die veerkracht wordt vandaag te vaak afgeremd. De structurele handicaps inzake arbeids- en energiekosten blijven zwaar doorwegen op de competitiviteit van onze bedrijven, zeker op ondernemingen die internationaal de concurrentiestrijd aangaan. Concurrentiekracht moet daarom op de plek van Aperam in deze ranking: helemaal bovenaan de politieke agenda. Absolute prioriteit voor competitieve loon- en energiekosten, rechtszekere vergunningen, een vlottere arbeidsmarkt, toekomstgerichte infrastructuur en een beleid dat innovatie en groei stimuleert in plaats van afremt. Dat vraagt geen kleine bijsturingen. Wel sterke en duidelijke keuzes die ondernemingen opnieuw zuurstof en ondernemers weer perspectief geven. Dat vraagt een beleid dat ondernemen goedkoper, sneller en voorspelbaarder maakt. Niet morgen, maar vandaag.”
Erg broos herstel en onzekere vooruitzichten
Algemeen tonen de cijfers van 2025 dat, als we al van herstel kunnen spreken, dit erg broos blijft. De omzet, toegevoegde waarde en gemiddelde winst gaan weliswaar opnieuw vooruit, maar het exportaandeel, de kostendruk en de rendabiliteitsratio’s blijven waarschuwingssignalen geven. Bijna negen maanden ver in 2026 is de economische onzekerheid voor onze bedrijven bovendien niet afgenomen, integendeel. Het versterken van de concurrentiekracht blijft daarom de centrale opdracht.
Gedeputeerde voor Economie en voorzitter van POM Limburg Tom Vandeput concludeert:
“De TOP500 toont opnieuw hoeveel economische kracht Limburg in huis heeft. Onze bedrijven investeren, vernieuwen en creëren jobs, terwijl de omstandigheden allesbehalve eenvoudig zijn. Energie- en loonkosten blijven hoog, de internationale onzekerheid neemt toe en goed personeel vinden wordt steeds moeilijker. Daarom is het belangrijk dat bedrijven kunnen blijven vernieuwen, efficiënter werken en nieuwe markten aanboren. Als we hen daarbij ondersteunen met de juiste kennis, technologie en samenwerking, kunnen ze blijven groeien en onze Limburgse economie mee vooruithelpen.”